Wit en geel beginnen dicht bij elkaar links; rood ligt ver rechts. Het nabije eerste contact helpt aanspeeldikte en vertrek vóór een langere route te onderzoeken.
Werkelijke beginpositie
Balmiddelpunten op de referentietafel van 2.84 × 1.42 m. De link laadt deze positie met wit als speelbal en speelt geen scorende stoot. De oorsprong ligt linksonder.
| Balcoördinaten · cm | x | y |
|---|---|---|
| Wit | 55 | 71 |
| Geel | 65 | 81 |
| Rood | 250 | 71 |
Wat vergelijken?
Kies het eerste contact en volg elke band. Bij een herhaalde band tellen echte contacten vóór de tweede objectbal; de naam levert niet vanzelf drie. Vergelijk dikte bij vast effect en tempo.
Speel een referentie, herstel de positie en verander één instelling. Noteer eerste contact, bandvolgorde, ongewenste botsingen en eindpunt. Houd snelheid vast bij effectvergelijking en effect bij snelheidsvergelijking.
Het resultaat interpreteren
Twee contacten met dezelfde band leveren op zichzelf geen driebandenpunt op. Keert de nabije objectbal terug in de route, noteer de klots apart van een te korte eindankomst.
Een driebandenpunt vereist beide objectballen en minstens drie bandcontacten vóór de tweede objectbal. Een naam certificeert geen scorende route. Vergelijk het model met je tafel; er wordt geen universeel succespercentage of spelersaanbeveling beweerd.