Geel en rood liggen op een lijn 20 cm van de onderste band; wit ligt hoger. De objectballen liggen niet vast en hebben ook geen spleet van slechts 1 cm tot de band.
Werkelijke beginpositie
Balmiddelpunten op de referentietafel van 2.84 × 1.42 m. De link laadt deze positie met wit als speelbal en speelt geen scorende stoot. De oorsprong ligt linksonder.
| Balcoördinaten · cm | x | y |
|---|---|---|
| Wit | 142 | 110 |
| Geel | 95 | 20 |
| Rood | 185 | 20 |
Wat vergelijken?
Kies een objectbal en vergelijk twee aanspeeldiktes bij gelijke positie en snelheid. Bekijk speelbalvertrek en beweging van de objectbal naar de band. Dun is één optie, niet de enige toegestane of nuttige oplossing.
Speel een referentie, herstel de positie en verander één instelling. Noteer eerste contact, bandvolgorde, ongewenste botsingen en eindpunt. Houd snelheid vast bij effectvergelijking en effect bij snelheidsvergelijking.
Het resultaat interpreteren
Een objectbal missen is geen keumiscue: het zijn andere gebeurtenissen. Verandert een voller contact de route, bekijk de volgorde voordat je aanneemt dat alle voorwaartse energie weg is.
Een driebandenpunt vereist beide objectballen en minstens drie bandcontacten vóór de tweede objectbal. Een naam certificeert geen scorende route. Vergelijk het model met je tafel; er wordt geen universeel succespercentage of spelersaanbeveling beweerd.