Een diamantsysteem koppelt coördinaten aan aannames over de stoot. Het geeft een herhaalbare uitgangslijn. Kies een passende referentie, houd de schalen uit elkaar en onderzoek of een afwijking uit de berekening of uitvoering komt.
1. Kies eerst de route
Bepaal welke aanspeelbal eerst wordt geraakt en of de speelbal daarvoor een band raakt. Zoek de benodigde aankomst op de derde band en controleer klotsgevaar. Een goede berekening helpt niet als een bal de weg blokkeert. Een halfbalreferentie beschrijft een botsing en vervangt geen bandsysteem.
2. De tekening hoort bij de methode
Langs de lange zijde liggen acht diamantintervallen, langs de korte vier. Dat maakt niet voor elk systeem één doorlopende schaal van 0 tot 27. Corner 5 heeft verschillende vertrek-, eerste-band- en aankomstschalen. Houd de tekening naast je berekening. Door een markering op de omlijsting richten verschilt van richten op een punt op de bandneus.
3. Corner 5: definieer drie waarden
Hier is D vertrek, F de gewenste derde-bandaankomst en T het richtpunt op de eerste band: T = D − F. D = 5 en F = 2 geeft T = 3; D = 4,5 en F = 2,5 geeft T = 2. Het zijn schaalwaarden, geen meters of universele diamantnummers.
Verleng de vertreklijn achterwaarts naar de schaal; neem niet zomaar het getal naast de bal. Valt de uitkomst buiten de beschreven tekening, tel dan niet rond het biljart verder met een verzonnen modulus. Kies opnieuw of raadpleeg een beschreven uitbreiding. De afbeelding toont de contactvolgorde, geen fysisch berekende treffer.
Lees één Corner-5-route in drie stappen
De getekende route begint direct na het contact met de eerste aanspeelbal; de speelbal markeert de vertrekreferentie.
- Projecteer de speelbal op de vertrekschaal: 5.
- Kies de vereiste aankomst op de derde band: 2.
- Trek aankomst van vertrek af: 5 − 2 = 3; richt op 3 van de eerste band.
Dit is een referentieroute, geen gegarandeerde uitkomst. Controleer haar op tafel en corrigeer voor laken, banden, snelheid en meelopend effect.
4. Wat verandert bij een ander systeem?
Plus 2 behandelt een andere routefamilie. Alciatores uitwerking bevat vertrek-aankomsttoeslagen van 2, 3, 4, 5 en 7: overal twee optellen is onjuist. Vijf-en-een-half heeft ook eigen schalen en ijking; de naam betekent niet dat alle coördinaten door 5,5 worden gedeeld. Benoem bij Conti/Sancho de specifieke tekening en of het doel op de derde of vierde band ligt.
5. IJk één variabele tegelijk
Noteer coördinaten, speelbal, eerste richtpunt, aanspeeldikte, tipafwijking en tempo. Herhaal de basis driemaal en meet de derde band voordat je de carambole beoordeelt. Een kleine maar verschoven groep wijst op een systematisch verschil; grote spreiding vraagt controle van opstelling en uitvoering. Geen van beide bewijst op zichzelf de oorzaak.
Verander één invoer en keer daarna terug naar de basis. Test tempo los van effect. Universele correcties als “vocht +0,5” of “traag laken +2” bestaan niet: een correctie hoort bij het gemeten biljart, traject en stoot.
6. Gebruik de calculator passend
De 3ball-diamantcalculator verklaart de aftrekking en de schematische referentie. Hij meet je laken niet en bevestigt geen scorend traject. Bewaar één simulatiepositie en vergelijk invoer en herhaling; meet opnieuw aan het echte biljart. Modeltolerantie is geen persoonlijke scoringskans.
7. Een bruikbaar logboek
Schrijf per poging D, F, berekende T, waargenomen derde-bandcontact, effect, tempo en eventuele klots op. Begin bij een ander systeem een nieuw blad met zijn tekening. Vooruitgang is een afwijking verklaren en een referentie herhalen, niet steeds meer ongeteste formules verzamelen.