Wit ligt rechts; geel en rood vormen links een verticaal paar. Vergelijk effectrichtingen na de band zonder één universele hoeveelheid tegeneffect voor te schrijven.
Werkelijke beginpositie
Balmiddelpunten op de referentietafel van 2.84 × 1.42 m. De link laadt deze positie met wit als speelbal en speelt geen scorende stoot. De oorsprong ligt linksonder.
| Balcoördinaten · cm | x | y |
|---|---|---|
| Wit | 230 | 40 |
| Geel | 40 | 40 |
| Rood | 40 | 105 |
Wat vergelijken?
Houd richtlijn en snelheid vast en vergelijk tegenovergesteld zijeffect. Noteer reboundrichting en eerste balcontact. Bepaal meelopend en tegeneffect ten opzichte van de inkomende richting op die band.
Speel een referentie, herstel de positie en verander één instelling. Noteer eerste contact, bandvolgorde, ongewenste botsingen en eindpunt. Houd snelheid vast bij effectvergelijking en effect bij snelheidsvergelijking.
Het resultaat interpreteren
Verander niet doel en effect tegelijk. Een gemiste eerste bal bewijst geen fout in het eindgetal. Op een echte tafel voegen keuhoogte en uitvoering andere variabelen toe.
Een driebandenpunt vereist beide objectballen en minstens drie bandcontacten vóór de tweede objectbal. Een naam certificeert geen scorende route. Vergelijk het model met je tafel; er wordt geen universeel succespercentage of spelersaanbeveling beweerd.