Wit ligt onder twee nabije objectballen. Geel en rood vormen een paar om volgorde en timing te onderzoeken; ze staan niet op twee vastgelegde lange-banddiamonds.
Werkelijke beginpositie
Balmiddelpunten op de referentietafel van 2.84 × 1.42 m. De link laadt deze positie met wit als speelbal en speelt geen scorende stoot. De oorsprong ligt linksonder.
| Balcoördinaten · cm | x | y |
|---|---|---|
| Wit | 110 | 30 |
| Geel | 130 | 110 |
| Rood | 150 | 118 |
Wat vergelijken?
Probeer beide objectbalvolgordes vanuit dezelfde positie. Noteer de richting na de eerste bal en of die later de route kruist. Vergelijk eerst een kleine verandering van aanspeeldikte, daarna effect.
Speel een referentie, herstel de positie en verander één instelling. Noteer eerste contact, bandvolgorde, ongewenste botsingen en eindpunt. Houd snelheid vast bij effectvergelijking en effect bij snelheidsvergelijking.
Het resultaat interpreteren
Een terugkerende klots en een verkeerd eindpunt zijn verschillende fouten. Zoek de eerste afwijking van het plan; een vaste ‘halve pomerans’-regel verklaart niet beide.
Een driebandenpunt vereist beide objectballen en minstens drie bandcontacten vóór de tweede objectbal. Een naam certificeert geen scorende route. Vergelijk het model met je tafel; er wordt geen universeel succespercentage of spelersaanbeveling beweerd.