Naar inhoud

Woordenlijst carambolebiljart

50 praktische termen voor regels, stootvergelijking en simulatorresultaten, met onderscheid tussen contactgeometrie, effect en uitkomst.

50 praktische termen voor regels, stootvergelijking en simulatorresultaten, met onderscheid tussen contactgeometrie, effect en uitkomst.

Regels en punten

Carambole
Contact van de speelbal met beide andere ballen; de gekozen discipline stelt extra eisen aan een geldig punt.
Driebanden
De speelbal moet vóór de tweede objectbal minstens drie bandcontacten hebben; drie verschillende banden zijn niet vereist.
Libre
Carambole zonder minimum aan bandcontacten. Officieel gelden wel beperkingen in hoekvelden; vrij betekent niet zonder regels.
Kader
Spelsoort met gemarkeerde vakken die opeenvolgende punten beperken zolang beide objectballen erin blijven; afhankelijk van de variant.
Beurt
Bezoek van een speler aan de tafel, mogelijk met meerdere punten totdat een misser of fout het beëindigt.
Serie
Opeenvolgende punten in één beurt; niet het aantal banden van een stoot.
Moyenne
Totaal punten gedeeld door totaal beurten. Tel bij meerdere partijen beide totalen op; neem niet het ongewogen gemiddelde van gemiddelden.
Gelijkmakende beurt
Laatste antwoord voor speler twee in vormen met gelijke beurten; beschikbaarheid hangt van het wedstrijdreglement af.
Acquitstoot
Openingsstoot vanaf voorgeschreven punten. Bij UMB-carambole moet rood de eerst geraakte objectbal zijn.
Fout
Regelovertreding zoals de verkeerde speelbal of verboden contact. Alleen een gemist punt is niet automatisch iedere soort overtreding.

Materiaal

Speelbal
Bal die de speler met de keu raakt. De speelbal van de tegenstander is voor hem een objectbal.
Objectbal
Een van de andere twee ballen: rood of de bal van de tegenstander, niet de eigen speelbal.
Band
Veerkrachtig oppervlak dat de bal terugkaatst. Contact aan de neus verschilt van richten door de diamant erachter.
Diamant
Vaste bandmarkering als referentie. Fysieke markering en het systeemgetal dat erbij hoort zijn verschillende begrippen.
Laken
Bekleding die beweging en terugkaatsing beïnvloedt. Product, slijtage, montage en reinheid tellen; kleur levert geen algemene snelheidscorrectie.
Keu
Instrument waarmee de speelbal wordt gestoten. De UMB schrijft niet één gewicht of topmateriaal voor alle spelers voor.
Top
Voorste deel van de keu. De bouw kan squirt beïnvloeden; alleen het materiaal voorspelt geen volledige route.
Pomerans
Stotend uiteinde van de keu. Trefpunt en conditie zijn belangrijk; hardheid bepaalt niet alleen de rotatie bij de volgende botsing.
Krijt
Materiaal op de pomerans om wegglijden te verminderen. Verlaagt het miscue-risico maar garandeert niet iedere excentrische stoot.
Brug
Hand of mechanische steun die de top leidt; stabiliteit helpt de bedoelde richting herhalen.

Geometrie en systemen

Baldikte
Zichtbare overlap van gelijke ballen vanuit de aanlooplijn; vol, half en kwart beschrijven contact, geen slagingskans.
Halve bal
Speelbalcentrum gericht op objectbalrand. Zonder throw geeft ideale geometrie 30° snijhoek voor de objectbal, geen vaste speelbaluitgang.
Raaklijn
Lijn loodrecht op de verbindingslijn van balcentra bij contact; referentie voor ideale stun, niet voor elke rotatie.
Contactpunt
Punt waar oppervlakken elkaar raken. Een balcentrum blijft één straal van de bandneus af en gaat er niet doorheen.
Spiegelconstructie
Een doel spiegelen in de effectieve contactlijn voor een kaatsingsschatting; het ideaal negeert effect, verliezen en bandvervorming.
Diamantsysteem
Genummerde mikconventie met eigen schalen en stootvoorwaarden. Meng systemen niet zonder die conventies te controleren.
Corner-5
Systeem met derdeband-aankomst T = vertrek D − eerste-banddoel F, volgens de eigen nummering en stootconventie.
Plus 2
Referentie met eerst de korte band. De naam betekent niet overal twee optellen; de toevoeging hangt af van de bandreferenties.
Vijf-en-een-half
Systeem met eigen vertrek-, mik- en aankomstconventies; niet simpelweg alle coördinaten door 5,5 delen.
Door de diamant richten
De miklijn door de markering achter de bandneus projecteren; anders dan de neus direct vóór die markering raken.

Effect en botsing

Middenbalstoot
Pomeranscontact nabij het midden. Lakenwrijving kan vóór de botsing voorwaarts rollen opwekken; dus niet automatisch stun.
Voorwaartse rotatie
Rotatie met de looprichting. Hoog raken bevordert dit; snelheid, afstand en wrijving bepalen de rotatie bij de botsing.
Terugwaartse rotatie
Rotatie tegen de looprichting, die vóór contact kan verdwijnen; laag raken garandeert geen trekresultaat.
Stun
Botsing zonder voor- of achterwaartse rolcomponent. Vol geraakt kan de speelbal stoppen; gesneden kan hij langs de raaklijn gaan.
Zijeffect
Rotatie rond een verticale as. Effect hangt van botsing, snelheid en andere rotatie af; linkseffect is geen vaste route.
Mee-effect
Zijeffect dat de tangentiële beweging bij dat bandcontact ondersteunt; bij een andere band kan het anders werken.
Tegeneffect
Zijeffect tegen de tangentiële beweging bij die band; tegen is relatief aan het contact, niet simpelweg links of rechts.
Squirt
Eerste zijwaartse afwijking van de keurichting bij een excentrische stoot; te onderscheiden van latere kromming.
Swerve
Kromming onderweg door rotatie en laken, mede beïnvloed door keuverhoging; niet de eerste squirt-hoek.
Throw
Afwijking van de objectbal van de centraallijn door wrijving bij balcontact; niet zomaar elke zijwaartse kracht.

Routes en diagnose

Bal eerst
Route die een objectbal vóór de eerste band raakt; de hele volgorde moet nog steeds aan de spelregel voldoen.
Band eerst (bricole)
Route die een band vóór de eerste objectbal bereikt; kan bij een volledige geldige volgorde in driebanden scoren.
Rond de tafel
Routefamilie rond de tafel, vaak lang–kort–lang; de naam specificeert niet alle contacten en garandeert geen punt.
Ticky
Korte bal–band-interactie vlak bij een band. Beide ballen hoeven daarvoor niet vast tegen de band te liggen.
Dubbele band
Route die tweemaal dezelfde band gebruikt. De contacten tellen afzonderlijk; de volledige driebandenvoorwaarde blijft nodig.
Klos (kiss)
Extra, vaak ongewenste balbotsing. Vermijden hangt van aankomsttijd en balbreedte af, niet alleen van kruisende middellijnen.
Vastliggend (frozen)
Al tegen een bal of band aan. Bijzondere contact- of plaatsingsregels kunnen gelden; bandnabij is niet noodzakelijk vast.
Massé
Stoot met verhoogde keu die via rotatie en laken een bocht maakt; de keu hoeft niet volledig verticaal te staan.
Positiespel
Een stoot kiezen met de resterende ligging in gedachten. Beoordeel punt en vervolg zonder slagingspercentages te verzinnen.
Modeltolerantie
Geteste invoervariaties die in de simulatie een geldig resultaat houden; geen gemeten scoringskans van een echte speler.