Referentie van termen uit driebanden, vrije partij en carambole.
A
- Around-the-table
- Speelbal omsluit de tafel via 3 banden.
- Aramith
- Standaard carambole-balmerk.
B
- Bricole
- Speelbal raakt band vóór elke objectbal.
- Band
- Rubberen rand van de tafel.
D
- Diamant
- Markering op band voor systemen.
- Diamantsysteem
- Numerieke methode voor driebanden-routes.
- Driebanden
- Discipline met ≥3 banden vereist.
E
- Effet
- Zijspin toegepast op speelbal.
K
- Carambole
- Speelbal raakt beide objectballen in één stoot.
- Koreaans systeem
- Diamantsysteem 5½ variant.
L
- Lange band
- Lange banden van de tafel.
M
- Massé
- Verticale keu produceert gebogen baan.
P
- Paraplu
- 3 ballen in parapluvorm.
- Plus 2
- Variant met +2 aanpassing voor zachte stoten.
T
- Ticky
- Klassieke positie met bal aan band.
U
- UMB
- Wereld carambole-federatie.