Een punt vereist beide aanspeelballen, minstens drie bandcontacten van de speelbal vóór de tweede bal en geen andere ongeldige fout. Drie verschillende banden zijn niet nodig.
Wanneer telt een driebandenpunt?
Bandcontacten vóór of na de eerste objectbal kunnen meetellen. Dezelfde band mag meerdere keren worden geraakt; drie verschillende banden zijn niet verplicht.
Controleer de volgorde
A en B zijn de geraakte aanspeelballen, C een band van de speelbal. A → C → C → C → B en C → A → C → C → B kunnen voldoen. A → C → C → B → C niet: de laatste band komt te laat. Herhaalde contacten met dezelfde band kunnen tellen. Dit zijn logische voorbeelden, geen gegarandeerde banen.
Begin en beurt
De winnaar van het bandtrekken kiest wie begint. Gebruik de voorgeschreven acquitpunten; de beginstoot raakt rood rechtstreeks eerst. Iedere speler behoudt zijn speelbal. Een geldig punt verlengt de beurt vanuit de eindligging; misser of fout beëindigt die. Moyenne is punten gedeeld door beurten, niet de partijafstand.
Fouten en bijzondere liggingen
Verkeerde bal, onjuist verplaatsen, stoten terwijl ballen bewegen, dubbel pomeranscontact of een uitgesprongen bal kunnen de stoot ongeldig maken. Een gewone misser is geen punt gevolgd door aftrek. Vastliggende en uitgesprongen ballen hebben specifieke procedures: geen pool-bal-in-hand of automatisch alle ballen opnieuw opzetten. Zie UMB-artikelen 27–28 en 41.
Het einde hangt af van het format
Afstand, sets, klok, nabeurt en beslissingsregels verschillen per competitie. Artikel 29 laat gelijke beurten aan de organisatie; het doel bereiken is niet altijd direct winnen. Controleer de actuele wedstrijdinformatie. Regels van individuele WK's en World Cups gelden niet vanzelf voor iedere clubpartij.
Lees verder: Bandstoten: contactvolgorde en gecontroleerd oefenen →