De bekende 2.84 × 1.42 m is het vrije speelvlak, niet de kast of de benodigde kamer. Onderscheid die drie maten voordat je tafels vergelijkt, een positie overneemt of een plaatsing voorbereidt.
Officiële caromgeometrie in één oogopslag
De maten gelden voor het vrije speelvlak, niet voor de buitenmaat van de tafel.
Meet eerst het speelveld, daarna de kast
Artikel 11 van de aangehaalde UMB-wereldregels, editie 1989, noemt 2.84 × 1.42 m met ±5 mm tolerantie, een bandneus 37 ±1 mm boven het speelvlak en 75–80 cm van de vloer tot de bovenkant van de omlijsting. Dit zijn verschillende meetpunten. Een meting over de buitenste houten randen is geen speelveldlengte.
Meet tussen tegenoverliggende bandneuzen in beide richtingen. Noteer daarnaast de totale buitenmaten van de fabrikant, het model en de plaatsingstekening. Een nominale handelsmaat in voet volstaat niet. Ter vergelijking: het WPBSA-regelboek 2024–25 geeft voor het standaard snookerspeelveld 3569 × 1778 mm, met ±13 mm tolerantie; dat is niet hetzelfde vlak als het grote carambolebiljart.
Afstanden zijn niet hetzelfde als zichtbare tekens
UMB-artikel 11 schrijft een afstand van een achtste van de speelveldlengte voor. Bij de nominale maat is 2.84 ÷ 8 = 0.355 m, dus 35.5 cm. Dat levert acht vakken langs de lange zijde en vier langs de korte: zonder de hoeken zeven tussenliggende tekens per lange band en drie per korte band.
Kies een beginhoek, bepaal beide eindpunten en tel eerst de tussenruimten. Een diamond in het hout en het overeenkomstige punt op de bandneus zijn andere richtreferenties. Ook bij gelijkmatige afstanden kan een systeem afwijkende nummers of een geprojecteerde richtlijn gebruiken. Uit het aantal tekens volgt geen universele aftrekformule.
Tel keuruimte aan beide kanten mee
Dit is een planningsvoorbeeld, geen federatienorm voor kamers. Neem keulengte C en extra achterwaartse slagruimte B; veronderstel een rechthoek zonder obstakels en een speelbal aan de speelveldrand. De voorlopige ruimte is (2.84 + 2 × (C + B)) bij (1.42 + 2 × (C + B)). Alle tabelwaarden zijn meters. B = 0.15 is een gekozen voorbeeld, geen garantie voor comfortabel spelen.
Bij een keu van 1.45 m is C + B = 1.60 m en volgt 6.04 × 4.62 m. Slechts eenmaal ruimte toevoegen vergeet de overkant. Meet bruikbare ruimte op keuhoogte, inclusief radiatoren, pilaren en geopende deuren. Teken het geplande speelvlak op de vloer en probeer met je echte keu aan iedere zijde een horizontale slagbeweging, zonder daarbij een bal te stoten.
| Keu C (m) | Slagruimte B (m) | Per kant C + B (m) | Geplande ruimte (m) |
|---|---|---|---|
| 1.40 | 0.15 | 1.55 | 5.94 × 4.52 |
| 1.45 | 0.15 | 1.60 | 6.04 × 4.62 |
| 1.50 | 0.15 | 1.65 | 6.14 × 4.72 |
Wat de berekening nog niet vaststelt
Kast, stoelen, looproutes en andere spelers kunnen meer ruimte vragen. Een verschoven tafel kan de ene zijde vrijmaken en de andere blokkeren. Bespreek de grootste transportdelen, deuren, trappen en draairuimte met de installateur. Vloerbelasting en waterpas afstellen volgen niet uit de kamerformule. Een kortere keu kan bij een bepaald obstakel helpen, maar verandert het materiaal voor die stoot.
De aangehaalde UMB-bepaling vraagt thermostatische verwarming voor officiële wedstrijdtafels, maar noemt geen universele temperatuur. Vraag instellingen en elektrische eisen aan de fabrikant. Speelveldmaten zeggen niets over stroomverbruik, draagkracht van de vloer of toelating voor een specifieke wedstrijd.
Een positie schalen is geen gegarandeerd gelijk bandgedrag
Noteer een balpositie als aandeel van de gemeten lengte en breedte. In een zuiver meetkundig voorbeeld is (0.25L, 0.50W) gelijk aan (0.710, 0.710) m op 2.84 × 1.42 m en (0.575, 0.575) m op een aangenomen rechthoek van 2.30 × 1.15 m. Die tweede maat is een voorbeeld, geen universele clubstandaard. De relatieve positie blijft gelijk.
Een verhouding van 2:1 behoudt de hoeken in een schaaltekening, niet iedere echte stoot. Relatieve balgrootte, effect, snelheid, laken en bandreactie vragen een aparte controle. Bewaar de maten bij je trainingsnotities, probeer een eenvoudige referentieroute op de echte tafel en wijzig één invoer tegelijk. Een tekening of simulator vervangt geen inmeting of fysieke kalibratie.