Tegeneffect beschrijft de werking van zijrotatie aan een bepaalde band. Het is niet automatisch buiteneffect en betekent geen trekstoot. De toestand van de speelbal bij de band telt, niet alleen de oorspronkelijke plaats van het pomeranscontact.
Twee verschillende referenties
Meelopend en tegeneffect horen bij de benadering van de band. Tegeneffect werkt de beweging langs die band tegen; vergeleken met een soortgelijke meelopende stoot verkort het doorgaans de uitloophoek en vermindert het tempo. Binnen- en buiteneffect slaan op de snijrichting bij de objectbal: effect aan de snijkant of de andere kant.
Buiteneffect bij het snijden is dus niet bij elke band tegeneffect. Benoem de onderzochte band. Na een richtingsverandering kan dezelfde oorspronkelijke rotatie een andere rol krijgen. Bandwrijving verandert ook de resterende rotatie. Eén contact geeft geen etiket voor de hele route.
Geen vast aantal graden
Invalshoek, snelheid, resterende rotatie en glijden of rollen beïnvloeden de terugkaatsing. Balcontact en de weg over het laken wijzigen die toestand. Een volle aansnijding kan veel voorwaartse snelheid wegnemen terwijl zijrotatie overblijft. De verhouding rotatie/snelheid aan de band verandert dan.
Een halve pomerans levert daarom niet altijd vijf graden op, en harder stoten garandeert geen sterker tegeneffect. Een zeer vlak benaderde eerste band kan weinig reageren en een latere steilere juist meer. Bekijk directe uitloop én verdere kromming.
Vergelijk drie omstandigheden
Leg alleen de speelbal, weg van een hoek, en kies een schuine route naar een lange band. Noteer start en referentieaankomst; houd keuhoogte en een prettig tempo gelijk. Vergelijk zonder zij-effect, met matig meelopend effect en met vergelijkbaar matig tegeneffect. Zonder zij-effect betekent niet dat de bal zonder voorwaartse rol aankomt.
Herhaal iedere variant. Noteer werkelijke aankomst op de eerste band, passage aan de overzijde en restloop. Verandert het effect ook de aanloop, dan zijn de bandbotsingen niet gelijk. Onderzoek eerst beginuitwijking en boogvorming; schrijf niet elk verschil aan de band toe.
Naar een carambole
Voeg de eerste objectbal toe en controleer de aansnijding voordat u het laatste doel verandert. Volg diens beweging en mogelijke extra botsingen apart. Blijft de speelbal kort, onderscheid dan onvoldoende looplengte van een verkeerde uitgangsrichting. Meer tegeneffect kan zowel de richting verkorten als resttempo kosten; het lost niet vanzelf beide op.
Wijzig één invoer en zet de positie terug. Maak aparte notities voor een andere tafel of een ander laken. De bronnen tonen poolproeven: ze verklaren mechanismen, geen gemeten correctie voor uw caramboltafel.
In 3Ball bekijken
Vergelijk zij-effectinstellingen vanuit een vaste positie en volg elke band in de herhaling. Bekijk aankomstpunten en of de tweede bal wordt bereikt. De effectregeling toont een invoer, geen bewijs van tegeneffect bij band drie, echte scoringskans of universele hoek. Houd modelwaarnemingen en tafelmetingen gescheiden.